Home Nieuws De boomoefening | deel 6 (25.04.2020)

De boomoefening | deel 6 (25.04.2020)

Tijdens deze oefening verbeelden de kinderen dat ze een boom zijn. Ze voelen hoe sterk een boom is en dat leert hen hoe sterk ze zelf kunnen zijn.

Wandel met je kinderen in een bos en vraag tot welke boom ze aangetrokken worden.
Vraag: ‘Waarom kies je juist die boom?’, en laat hen dan de boom beschrijven.
Vervolgens vraag je of ze in hun verbeelding in de boom willen kruipen, de boom willen zijn.
– Hoe voelt het om een boom te zijn?
– Voel je de stam rond je huid?
– Heb je lange wortels?
– Heb je een volle kruin?


Jijzelf bent de houthakker en geeft de boom een duwtje. De boomkinderen vallen meestal om.

Vervolgens herhaal je de oefening. De kinderen kiezen weer hun boom. Ze kruipen in hun verbeelding in de boom. Ze worden opnieuw een boom.
Je vertelt nu hoe er vanuit hun voetzolen sterke wortels verschijnen. Die wortels groeien breed en heel diep in de aarde. Bij elke ademhaling worden die wortels steviger.
Ze hebben ook een grote, brede of hoge kruin. Laat ze met hun armen de kruin uitbeelden. Ze gaan zichzelf nu groot en sterk voelen.


Dan komt de houthakker weer en geeft hen een duwtje. De boomkinderen staan nu veel steviger en vallen niet zo makkelijk om. Laat hen duidelijk het verschil voelen.

De beleving van je sterk en stevig te voelen kun je in gelijk welke situatie oproepen.
– Op de drukke speelplaats
– Als je voor de klas een verhaaltje brengt

Oefen met de kinderen situaties die zij verkiezen en laat hen telkens hun innerlijke kracht voelen.
Verandert hun houding?

Met dank aan mama Joke, Juliette en Leon.

Alle oefeningen staan eveneens op ons YouTube kanaal en op Facebook.

Terug naar overzicht